Persoonlijke instellingen

Panamarenko

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark
Titel: De Umbilly-1 kort na plaatsing in de faculteitsbibliotheek Bouwkunde in het Hoofdgebouw Jaar: 1989 Foto: Archief TUE
Titel: De Umbilly-1 in een flimrol bij het Auditorium Jaar: ca. 1980 Foto: Archief TUE

Wanneer Henri van Herreweghe (*1940) als kind V1’s ziet neerkomen in zijn geboorteplaats Antwerpen, raakt hij gefascineerd door het fenomeen vliegen. Na zijn opleiding aan de kunstacademie neemt hij de nom d’artiste Panamarenko aan (afgeleid van Pan American Airlines and Co) en begint hij aan het ontwerpen van een serie ‘vliegmachines’ waarmee mensen op eigen kracht het luchtruim zouden kunnen kiezen. Hij maakt er tientallen, gebaseerd op uiteenlopende natuurkundige principes. Panamarenko bestudeert aanvankelijk de vliegmechanismen van insecten en vertaalt die onder meer naar de ‘Umbilly 1’ die in 1977 door de THE wordt aangeschaft. De titel verwijst naar ‘umbillicus’, de Latijnse term voor navel, maar ook naar de onderbroken vleugelslag van sommige insecten. Hoe is het werk in Eindhoven terecht gekomen? J.G.A. Vlemmix, oud-medewerker van de Bouwtechnische Dienst, was aan het eind van de jaren zeventig secretaris van de Kunstcommissie. Die commissie kon toen nog beschikken over een ruim budget. De 1%-regeling van de overheid bepaalde namelijk dat een honderdste deel van de bouwkosten besteed mocht worden aan ‘vaste kunst’, gekoppeld aan een nieuw gebouw. In dit geval kwam het geld uit de bouwbegroting van W-Hoog. “Panamarenko was toen een jonge vent die aan het begin van zijn artistieke loopbaan stond. Samen met Paul Hefting, conservator van het Rijksmuseum Kröller-Müller en adviseur van de Kunstcommissie, reisden we af naar Antwerpen. Daar hebben we de Umbilly gekocht. In tegenstelling tot wat er later over is geschreven, was dat geen werk in opdracht van de THE. Panamarenko had het gewoon thuis staan en kwam het in zijn Volkswagen cabriolet in Eindhoven afleveren.” In november 1977 wordt de vliegmachine geplaatst bij de afdeling der Werktuigbouwkunde. “Ik ben mij er bewust van dat de Umbilly voor de TH een confrontatie betekent en dat het hopelijk een discussie zal ontlokken”, verklaart de Vlaming in TH Berichten. Het ‘knutselvliegtuig’ roept inderdaad felle reacties op. Sommige medewerkers ervaren het als een aanval op de technische wetenschap. “De kwaliteit van het kunstwerk stond niet ter discussie, maar de werktuigbouwkundigen hadden zulke gevoelige zielen en een zo overladen studieprogramma, dat ze het zich niet konden veroorloven om in verwarring te geraken.”

Verwarring


Titel: De Umbilly-1 krijgt bij plaatsing in de faculteitsbibliotheek Bouwkunde als symbolische laatste montagehandeling zijn vleugels aangemeten Jaar: januari 1989 Foto: Archief TUE

Later ontwerpt de meestal in fantasieuniformen geklede kunstenaar ook auto’s, onderzeeërs, zeppelins en motoren. De ‘Pastillemotor’ is speciaal bedoeld voor rugzakvliegen. Hij bouwt ook een ruimteschip dat zich op magnetische kracht moet voortbewegen. De ‘Blauwe archeopteryx’ heeft zonnecellen en een elektronisch brein, zodat deze oervogel van zijn fouten kan leren. Het werk van Panamarenko roept vaak verwarring op: is dit een combinatie van kunst en wetenschap? Kunnen zijn vliegtuigen werkelijk vliegen? Die verwarring wordt nog groter omdat hij talloze technische berekeningen en tekeningen maakt. Sommige ‘vliegtuigen’ test hij ook daadwerkelijk uit, met wisselend succes. Zo wil hij in 1971 met een enorme met helium gevulde ballon van België naar Sonsbeek bij Arnhem vliegen. Terwijl iedereen daar staat te wachten, blijken er problemen te zijn met de vergunning en gaat de reis niet door. Hij gebruikt bij voorkeur ideeën die ingenieurs laten liggen, terwijl het resultaat vaak aandoenlijk aandoet. Zijn kunstwerken zijn van alledaagse hulpmiddelen gemaakt; een fietszadel en -ketting of wat stukjes touw zijn geen abnormale onderdelen. Wat Panamarenko wil is een mogelijke realiteit beschrijven die afwijkt van geaccepteerde natuurkundige theorieën. Hij beweegt zich altijd op de grens van het mogelijke en het onmogelijke. Of zoals hij zelf zegt: “Als de vliegobjecten alle magie en poëzie van het vliegen hebben, zijn ze ‘af’.” Als een vliegtuigfabriek aanbiedt om een van zijn vliegtuigen in het groot te bouwen, zodat onderzocht kan worden of het ding echt kan vliegen, weigert Panamarenko. Dan zou de droom voorbij zijn. Wat wetenschappers van zijn auto’s, vlieg- en vaartuigen vinden, heeft niet zo veel te maken met zijn doelstellingen, zo blijkt uit een interview dat hij gaf in 2001: “Een wetenschapper is blind voor expressie van een object, hij ziet alleen de functie, het wetenschappelijke bewijs. Het enige wat van belang is, is iets te maken dat schoonheid heeft. Daar zijn te weinig mensen mee bezig en er is geen grotere vorm van plezier.” In 2002 vindt de ‘Umbilly 1’ zijn plek in het gebouw Vertigo van de faculteit Bouwkunde. Inmiddels is de kunstenaar meer dan geaccepteerd. Regelmatig wordt de kwetsbare Umbilly door de TU/e uitgeleend voor internationale tentoonstellingen. De organisatoren betalen zonder morren de verzekeringspremie voor het werk. De verzekerde waarde benadert een bedrag van een half miljoen euro.