Persoonlijke instellingen

Dijkstra E.W.

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark

“Een professionele informaticus werkt alleen met pen en papier”. Prof.dr. E.W. (Edsger) Dijkstra (*1930 - †2002), hoogleraar aan de THE van 1962 tot 1984, zette in 1952 aan het Mathematisch Centrum in Amsterdam als programmeur zijn eerste schreden in het vakgebied dat later zou uitgroeien tot informatica. De titel van de bundel artikelen die hij bij gelegenheid van zijn zestigste verjaardag kreeg aangeboden, typeert wellicht het beste zijn wetenschappelijke visie op programmeren: Beauty is our business. De invloedrijke Dijkstra heeft er gedurende zijn loopbaan naar gestreefd om simpel, helder, rationeel en met elegante wiskunde het hoofd te bieden aan de ‘programmeerchaos’ die met de groei van het vakgebied in de loop der jaren toenam. Het gestructureerd programmeren van computers moest volgens hem eerst en vooral gezien worden als een aan de wiskunde verwante discipline en als een ‘intellectuele uitdaging van de eerste orde.’ Nog in 2000 kwalificeerde hij in Trouw de meeste software ‘met permissie’ als puin. Dijkstra werd in 1971 benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en in 1972 ontving hij van de Association for Computing Machinery de Turing Award, vernoemd naar A.M. Turing (*1912-†1954), Brits wiskundige en pionier op het gebied van de computers. Tot nu toe is hij de enige Nederlander aan wie deze hoge onderscheiding is toegekend. Van 1984 tot 1999 was hij hoogleraar aan de Universiteit van Texas in Austin, Texas. Dijkstra genoot grote bekendheid in zijn vakgebied en werd door lezers van het blad Computable in 1999 gekozen tot nationale IT-persoonlijkheid van het millennium. In de knipselmap met aan hem gewijde artikelen komt men niet zelden de kwalificaties ‘briljant’, ‘genie’, maar ook ‘eigenzinnig’ tegen. Dijkstra was streng voor zichzelf en voor zijn omgeving. Hij had weinig talent voor diplomatie, streefde daar ook niet naar, en riep door zijn outspokenness bij sommige vakgenoten weerstand op. Hij was een enthousiast pianospeler, koesterde zijn Bösendorffer en was een liefhebber van Mozart. Met zijn vrouw maakte hij lange tochten in de Verenigde Staten in een Volkswagen camper, die hij, heel toepasselijk, Touring machine had gedoopt.

Inhoud

Leiden en Amsterdam


Dijkstra werd in Rotterdam geboren als zoon van een vader die chemicus en een moeder die wiskundige was. Na het behalen van het gymnasium-B diploma ging hij aan de Rijksuniversiteit Leiden theoretische natuurkunde studeren. Later kenschetste hij zijn motivatie om te gaan studeren badinerend als volgt: “Studeren doe je niet omdat je geld wil verdienen, maar om je de rest van je leven niet te hoeven vervelen”. In 1949 maakt hij als student tijdens een zomercursus aan Cambridge University kennis met zijn eerste computer, de EDSAC, die met vijfgaats telexponsband geprogrammeerd moest worden. Hij deed in 1956 doctoraalexamen en promoveerde drie jaar later bij prof. dr. ir. A. van Wijngaarden, een van de Nederlandse informaticapioniers, op een proefschrift getiteld Communication with an automatic computer. In 1952 trad hij in dienst van het Mathematisch Centrum in Amsterdam als ‘Nederlands eerste programmeur’. Later kreeg hij daar als sous-chef de leiding van de programmeersectie. Hij werd tevens adviseur van de N.V. Electrologica, een bedrijf dat automatische rekenmachines fabriceerde en dat in 1968 overgenomen werd door Philips. Dijkstra’s werk was gericht op het verder ontplooien van de mogelijkheden van de computer door het systematisch ontwikkelen van programmatuur. De Turing Award werd hem verleend voor onder andere zijn bijdragen aan programmeertalen. Algol 60 is daarvan een prominent voorbeeld; aan de verspreiding daarvan heeft Dijkstra bijgedragen door zijn A primer of Algol 60 programming, verschenen in 1962. Enige jaren daaraan voorafgaand, in 1959, publiceert hij een artikel, van nog geen drie pagina’s lang, dat een classic zal worden in de grafentheorie. Uitgangspunt is een samenhangend netwerk van knopen en takken - een graaf - , waarvan de lengtes van de takken gegeven zijn. Beschreven wordt ondermeer een efficiënte methode om een weg (een samenstel van takken) van minimaal totale lengte te bepalen tussen een tweetal willekeurige knopen in het netwerk. Dit ‘kortste pad algoritme’ wordt toegepast in routeplanners van, bijvoorbeeld, de Nederlandse Spoorwegen.

THE


Dijkstra werd in 1962 aan de THE benoemd tot hoogleraar in de wiskunde. De titel van zijn intreerede luidde De logische automaat in academisch milieu. Met een team van vijf medewerkers vormde hij de werkgroep fundamentele programmering en daar werd binnen een tijdsbestek van ongeveer vijf jaar het THE-multiprogrammeringssysteem voor de Electrologica X8 computer ontwikkeld; de serieaanduiding slaat op het feit dat deze machine acht maal sneller was dan zijn eerste voorloper, de X1. Het door Dijkstra en zijn groep ontworpen operating system waarmee de programmeur voortaan verlost was van de tijdrovende taak om als verkeersagent op te treden tussen het primaire en secundaire geheugen van de computer, was, ook internationaal gezien, zijn tijd ver vooruit en fungeerde tot 1973 als centrale computervoorziening voor de THE. Aan het eind van de jaren zestig publiceerde hij een THE-rapport Notes on structured programming, gebaseerd op genoemd onderzoek, dat internationaal sterk de aandacht trok. Verder verwierf hij in vakkringen wereldfaam als voorstander van het afschaffen van de sprongopdracht Go To in Algol 60. Zijn artikel Go To statement considered harmful, slechts twee pagina’s lang, waarin hij betoogde dat deze programmeerregel een bron van fouten was, gaf aanleiding tot felle en langdurige polemieken. Na het behalen van de Turing Award kreeg hij in 1973 een aanstelling als research fellow bij het Amerikaanse Burroughs Corporation. Hij was de enige medewerker van Burroughs met een ‘vrije opdracht’ en verrichtte zijn werkzaamheden vanuit zijn huis in Nuenen. Zijn aanstelling in Eindhoven werd omgezet in een deeltijdhoogleraarschap. Uit die tijd dateert ook de Eindhovense Tuesday Afternoon Club, een serie inspirerende seminars waarvan bijvoorbeeld ook C.S. Scholten, later eredoctor van de TU/e, deel uitmaakte.

Informatica-opleiding


Het eerste kabinet-Lubbers besluit in 1984 een bedrag van 1.3 miljard gulden te investeren in informatietechnologie en informatica. Het is duidelijk dat ook het universitair onderwijs in de informatica zal profiteren van deze kapitaalinjectie. Dijkstra is sceptisch; hij vreest dat een en ander zal leiden tot ‘grootschalige stimulering van het computerhobbyisme en geklungel’ en tot een wildgroei aan opleidingen. Jaren eerder, rond 1970, zijn er al verschillen van mening binnen de onderafdeling der Wiskunde hoe de opleiding in de informatica (de term is gemunt door de wiskundige prof.dr. G. Zoutendijk) het beste gestalte kan krijgen. Dijkstra was geen voorstander van aparte opleidingen, niet aan afdelingen van de THE en ook niet elders, zeker wanneer die opleidingen niet genoeg op wiskundige leest geschoeid zouden zijn. Naast een verschil in beoordeling welke eisen aan studenten dienden te worden gesteld - eerder is vermeld dat Dijkstra de beoefening van het vak als een intellectuele uitdaging van de eerste orde beschouwde, terwijl andere hoogleraren van mening waren dat een gedegen opleiding tot wiskundig ingenieur hen later betrekkelijk eenvoudig in staat zou stellen informatica op voldoende niveau te bedrijven - speelde, maar vaak niet uitgesproken, ook de verdeling van financiële en personele middelen een rol: stimulering van de informaticaafstudeerrichting zou, natuurlijk, ten koste gaan van andere afstudeerrichtingen binnen de onderafdeling. En als de wiskundigen het in eigen huis al niet eens kunnen worden, dan hoeft het geen verbazing te wekken dat dat tussen (vertegenwoordigers van) de afdelingen van de THE die een rol voor zich zagen weggelegd bij het opleiden van informatici, ook niet of nauwelijks lukte. In Nederland zijn er altijd grote tegenstellingen geweest tussen wiskundig georiënteerde informatici zoals Dijkstra en ontwikkelaars van het vak uit de richting van de elektrotechniek, de economie of de accountancy. Na meer dan twintig jaar na het vertrek van Dijkstra uit Eindhoven zijn er in de informatica-opleidingen aan de TU/e nog steeds sporen van de geschetste verschillen van opvatting merkbaar. In tegenstelling tot veel buitenlandse opleidingen computer science kwam hier nooit een integratie tot stand met de loot van het vak die geworteld is in de faculteit Elektrotechniek.

Texas


Titel: Prof.dr.Edsger Dijkstra in t-shirt met logo University of Texas at Austin Jaar: 1989 Foto: Marcel Miesen

In 1984 vertrok Dijkstra naar Amerika en werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Austin, Texas; hij bekleedde daar de Schlumberger Centennial Chair in Computer Sciences. Daar bouwde hij met onderwijs en onderzoek verder aan zijn wetenschappelijke reputatie. In analogie met Eindhoven kwam ook hier een Tuesday Afternoon Club tot stand. Volgens collega-hoogleraar prof. dr. J. Strother Moore verscheen de Nederlandse informaticus vaak in T-shirt en met cowboyhoed op de campus. Maar zijn korte broek en sandalen droegen niet bij aan dit Texaanse imago, ook al droeg hij een leren riem met de initialen ‘EWD’ op de metalen gesp. “Edsger was a wonderful colleague. He was different and we were the better for it.” Hoe stond het met de acceptatie van zijn opvattingen over informatica in Texas? “Voor sommige wetenschappers zijn Dijkstra’s ideeën moeilijk te verkroppen”, verklaarde een Amerikaanse informaticus in het blad Science, “anderen lezen elke letter die ze van hem te pakken kunnen krijgen, maar niemand blijft onverschillig.” In Austin kreeg Dijkstra te maken met kleine groepjes geïnteresseerde studenten. In Eindhoven zaten er door de populariteit van het vak soms 120 studenten in de collegezaal. “Niks selectie. Edsger haattte massa-onderwijs”, aldus ir. W.H.J. Feijen, met mevrouw dr. A.J.M. van Gasteren Dijkstra’s naaste medewerker in Eindhoven. Aan Cursor laat Dijkstra weten dat hij het een groot voordeel vindt dat hij in Austin geen bestuurlijke taken heeft. Hij is ook in Texas zeer productief; zo schrijft hij daar honderden EWD’s. Veel promovendi heeft hij in zijn loopbaan niet begeleid; de teller blijft staan op vier, onder wie prof. dr. M. Rem.

Eredoctoraten


Dijkstra was een veelgevraagd spreker en heeft, overal ter wereld, voordrachten gegeven, meestal op een schoolbord met een krijtje. Als blijk van erkenning voor zijn verdiensten in computer science ontving hij twee eredoctoraten. Het eerste van Queens University in Belfast, Noord-Ierland. Over zijn eredoctoraten merkte hij in 2001 in Cursor op: “Ik vind het altijd heel bijzonder, omdat het een wederzijdse transactie is waarbij na afloop geen van de partijen bij elkaar in het krijt staan. Beide zijn dankbaar; de een omdat hij het doctoraat krijgt, de ander omdat deze persoon de instelling status geeft door het doctoraat aan te nemen. Ik heb de eredoctoraten echt gekregen voor het werk dat ik heb gedaan en niet voor verrichte werkzaamheden aan de universiteit.” Pikant detail: zijn tweede titel ontving hij van de Athens University of Economics and Business, terwijl hij jaren daarvoor in de Computerkrant had laten weten dat hij economie niet als een wetenschappelijke discipline beschouwde. Verder ontving hij nog bij zijn leven een hoge onderscheiding van de C&C Foundation of Japan. Dijkstra heeft zelf de prijs niet meer in ontvangst kunnen nemen; hij keerde na zijn afscheid van de University of Texas at Austin in 1999, nadat hij en zijn vrouw daar nog een aantal jaren waren blijven wonen, in het begin van 2001 naar Nuenen terug vanwege een ongeneeslijke ziekte. Edsger Dijkstra overleed in augustus 2002 in Nuenen in het huis waar hij sinds zijn komst naar de THE had gewoond en dat hij tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten had aangehouden. Op de crematieplechtigheid in Heeze, op een mooie zomerse namiddag, heeft een groot aantal vrienden en wetenschappers daar afscheid genomen van deze gedreven computer scientist in hart en nieren.

Handschrift


Dijkstra formuleerde helder en zorgvuldig. Ook zijn handschrift bezat die eigenschappen. Ontwerper Luca Cardelli ontwierp aan het eind van de jaren negentig een Dijkstralettertype, gebaseerd op zijn handschrift, voor Macintosh computers. Zelf schreef hij in een brief aan collega prof.dr.ir. F. Schurer: “Het geheim van mooi/leesbaar schrijven is er voor gaan zitten en je de tijd gunnen (om je een idee te geven: aan deze brief ben ik 75 minuten geleden begonnen). Er zijn kleinere geheimpjes zoals ‘zorg dat je goed gereedschap hebt, dus geen krakkemikkig, klodderende ballpoint of papier waar je inkt op vloeit. Een ander is dat je de vorm van de letter bewust gekozen moet hebben voordat je hem schrijft. Ik heb zes Mont Blanc ‘Meisterstücke’- drie pennen, één vulpotlood, één ballpoint en één roller ball - en gister ontdekte ik dat ze allemaal een serienummer hebben alsof het piano’s waren!”