Persoonlijke instellingen

Philips F.J.

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark
Titel: Ir. Frits Philips aan het werk in het Philips-hoofdkantoor Jaar: ca. 1980 Foto: Archief TUE

Op 16 april 2005 wordt de TU/e voor één dag omgedoopt tot Frits Philips Universiteit, naar aanleiding van het feestgedruis dat in Eindhoven losbarst rond de honderdste verjaardag van de voormalige Philips-president. De historische banden tussen dr.ir. F.J. (Frits) Philips (*1905 - †2005) en de TU/e zij oud, maar die tijdelijke naamsverandering mag toch met een ironische blik bekeken worden. Dat heeft hij ongetwijfeld op die feestdag zelf ook gedaan. Al voordat de tweede Technische Hogeschool in Nederland in 1956 een feit is, wordt binnen en buiten Eindhoven met een schuin oog gekeken naar de Philipshogeschool. Hoewel er altijd intensief is samengewerkt tussen de ‘company’ en de universiteit op het gebied van onderzoek en er een grote wisselwerking is ontstaan op het personele vlak, zijn de formele scheidslijnen altijd helder geweest. Tekenend is wellicht dat het eredoctoraat dat Frits Philips kreeg, niet uit Eindhoven maar uit Leuven kwam. Desalniettemin heeft de sociaal bewogen ondernemer tot op zeer hoge leeftijd interesse getoond voor het wel en wee van de TU/e.

Levensloop


Titel: Ir. Frits Philips begroet prof.dr. Kees Posthumus bij de opening van het academisch jaar 1960/1961 Jaar: 1960 Foto: Archief TUE

Na zijn middelbare schooltijd vertrekt de jonge Frits naar de TH Delft om daar werktuigbouwkunde te gaan studeren. Hij werpt zich vol overgave in het corpsleven. Een opvallend getalenteerde student is hij niet, maar hij blijft zijn leven lang gefascineerd door techniek. Aan het eind van de jaren dertig richt zijn interesse zich bijvoorbeeld op de Stirlingmotor, een heteluchtmotor waarvoor hij grote commerciële mogelijkheden ziet. Hij zal die belangstelling zijn leven lang houden. In Delft ontmoet hij zijn latere vrouw Sylvia en raakt hij bevriend met prof.dr. H.B. Dorgelo, hoogleraar technische natuurkunde. De vriendschap zal blijven bestaan tot het overlijden van Dorgelo in 1961, op dat moment rector magnificus van de THE. Herman Dorgelo, zoon van de rector, herinnert zich de vriendschap: “Frits Philips en mijn vader zijn altijd huisvrienden gebleven. Ze hadden beiden zeven kinderen. Toen de kleinkinderen kwamen, eindigde de wedstrijd ook onbeslist. Beiden hadden er achttien.” Eind augustus 1934 komt het echtpaar Philips in contact met de Morele Herbewapening, waartoe ook Dorgelo zich sterk aangetrokken voelt. De idealistische denkbeelden die Philips aan deze spirituele beweging ontleent, zullen in zijn verdere leven en loopbaan een rol blijven spelen, tot irritatie van zijn vader Anton. Frits treedt na zijn afstuderen in dienst van Philips en leert het bedrijf als manager op verschillende posten kennen. Tijdens bezoeken aan Amerika ten tijde van de depressie in de jaren dertig maakt hij kennis met het harde gezicht van het kapitalisme en wordt hij gesterkt in zijn overtuiging dat een ondernemer ook een sociale verantwoordelijkheid heeft. Zijn reiservaringen in Rusland in gezelschap van dr. G. Holst, de directeur van het Philips Natuurkundig Laboratorium, doen in 1935 zijn afkeer van het communisme groeien. Frits blijft als enige van de familie in de oorlogsjaren in Eindhoven achter en geeft daar leiding aan de Europese poot van het concern, waarbij hij de belangen van de negentienduizend personeelsleden zo goed mogelijk probeert te behartigen. Hij krijgt te maken met geallieerde bombardementen op de Philipsfabrieken. Om de Joodse Philipsmedewerkers zoveel mogelijk te beschermen, stemt hij in met het openen van een Philipswerkplaats in het kamp Vught. Daarvoor zal hij in 1969 de Israëlische Yad Vashem onderscheiding krijgen. In 1943 wordt hij zelf vijf maanden lang door de Duitsers geïnterneerd.

Miljoen


Na de tweede wereldoorlog raakt Frits Philips betrokken bij maar liefst drie commissies die zich bezighouden met de vestiging van een tweede TH in het land. Om de kogel wat eerder door de kerk te krijgen, besluit het Philips-concern op voorstel van Frits in 1951 één miljoen gulden te reserveren voor een tweede instelling voor technisch hoger onderwijs, te vestigen in Eindhoven. Hij wordt voorzitter van het Eindhovens Hogeschoolfonds (hij zal daarvan later tot erevoorzitter voor het leven worden benoemd) en blijft op die wijze nauw betrokken bij de activiteiten van de Hogeschool. Bij de opening van de THE in 1957 maakt hij als voorzitter duidelijk dat Philips en Hogeschool niet twee handen op een buik zijn, ‘ook al heet ik nu toevallig Philips.’ Maar hij signaleert wel een overeenkomst tussen beide organisaties: “Het is namelijk zo dat de technische hogeschool ingenieurs opleidt en Philips professoren.” Wanneer Frits Philips in 1961 zijn zwager ir. P.F.S. Otten opvolgt als president, bouwt hij, gesteund door krachtige medebestuurders als ir. Th.P. Tromp, het concern internationaal uit, waarbij hij oog blijft houden voor het sociale beleid. In Eindhoven wordt op zijn initiatief in 1966 het Evoluon geopend, waar generaties schoolkinderen kennis zullen maken met de wondere wereld van techniek en wetenschap. Regelmatig is hij present bij academische plechtigheden op de TU/e en hij woont tot op zeer hoge leeftijd met interesse de jaarvergaderingen van het Universiteitsfonds Eindhoven, de nieuw naam van het EHF, bij. Hij is beschermheer van het muziekgezelschap ‘La Tuñina’, dat bestaat uit TU/e-studentes en laat zich in de jaren tachtig uitgebreid live interviewen bij een programma van Studium Generale. Hij houdt er van om groepen studenten toe te spreken, waarbij hij hen wijze levenslessen bijbrengt, gebracht met zijn typische gevoel voor humor. Bij de diesvieringen wordt tot zijn dood altijd een stoel op de eerste rij vrijgehouden voor Frits Philips.