Persoonlijke instellingen

Orgel

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark
Titel: Het TU/e orgel in aanbouw Jaar: 1966 Foto: Archief TUE
Titel: Orgelbouwers in de weer met een van de 3713 pijpen van het TU/e orgel Jaar: 1966 Foto: Archief TUE

Het is 1962 en voor de genereuze gift van één miljoen gulden, die de N.V. Philips bij de oprichting aan de THE heeft toegezegd, is nog geen bestemming gevonden. Rector magnificus prof.dr. K. Posthumus, afkomstig uit een gereformeerd milieu, heeft een suggestie. Kan een deel van het geld niet gebruikt worden voor een orgel in de nieuw te bouwen aula? De Raad van Bestuur van Philips laat bij monde van haar lid ir.Th.P. Tromp (tevens curator van de THE) weten dat men dit idee steunt. Er zijn echter orgels en orgels en Tromp ruikt een business opportunity. In een brief van 12 december 1962 meldt hij: “Nu wil het geval dat in de laatste jaren bij Philips speciale ontwikkelingen gestart zijn voor het maken van een elektronisch orgel, dat zeer dicht het normale orgel benadert.” In de elektroakoestische studio’s van het concern wordt voor Posthumus en de Philipsbestuurders op 19 december 1962 een demonstratie van dit elektronische Philicorda-orgel gegeven. Er wordt ook de mening van een deskundige gezocht. Organist Hub Houët laat weten “dat het artistiek wel verantwoord zou zijn om de Philicorda samen met het Brabants Orkest te laten spelen.” Het idee is namelijk gerezen om voor de aanstaande opening van het Hoofdgebouw dit orkest uit te nodigen om enige stukken uit te voeren. Een mooie testcase voor het uitvoeren van een orgelwerk. Posthumus is bij een volgende repetitie in Den Bosch (dan nog de vestigingsplaats van het orkest) aanwezig en geeft zijn verlanglijstje wat betreft de muziek door. Op dat lijstje staat het Orgelconcert Opus 4 van Georg Friedrich Händel. Op 19 september 1963 begeleiden elektronische orgeltonen de openingsplechtigheid en dirigent Hein Jordans is verrast over de mogelijkheden en klankkwaliteit.

Pels


Toch zal er geen elektronisch orgel worden aangeschaft voor het Auditorium, zoals de geplande aula dan al is herdoopt. Posthumus zoekt contact met de wereldberoemde organist Feike Asma (*1912 - †1984). Op diens advies wordt de opdracht tot het ontwerpen van een orgel gegund aan de Alkmaarse orgelbouwer Bernard Pels & Zoon (die later zal opgaan in Pels en Van Leeuwen). De bedoeling is om een orgel te bouwen dat als soloinstrument orgelstukken uit alle stijlperiodes goed kan doen klinken. Daarnaast moet het ook in samenspel met een orkest optimaal kunnen klinken. Pels ontwerpt een orgel dat is opgebouwd uit meerdere klavieren, waarbij ieder klavier zijn specifieke stemmen heeft. Om symfonische orgelmuziek te kunnen vertolken, wordt een zogenaamd zwelwerk met een ruime dispositie ingebouwd. Wanneer het ontwerp in 1966 wordt gebouwd, staat er een indrukwekkend en in Nederland uniek orgel met vijftig stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal en maar liefst 3713 pijpen. Om de ingewanden zichtbaar te maken zijn de orgelkassen vervaardigd van perspex in plaats van het gebruikelijke eikenhout. Bij de opening van het Auditorium op 27 april 1966 is het Feike Asma zelf die de toetsen beroert.

Akoestiek


In het ontwerp van de grote onderwijsmachine die Auditorium heet, is echter geen rekening gehouden met akoestische omstandigheden waaronder een orgel goed tot zijn recht komt. De akoestiek in deze hal van beton en glas is bepaald niet optimaal. Toch wordt het orgel in de eerste jaren met een zekere regelmaat ingezet bij academische plechtigheden. In de jaren tachtig raakt het orgel echter wat in de versukkeling. Wanneer Studium Generale (SG) in 1986 experimentele muziek laat uitvoeren, reageert de stichting Orgelkring Eindhoven verbolgen: “Helaas kwam het TH-orgel afschuwelijk uit de bus bij de moderne werken die door het Studium Generale werden georganiseerd. Gelukkig was er nagenoeg geen publiek aanwezig, want dan zou het zich grotendeels hebben afgewend van het orgelbezoek.” Orgeldeskundige F. Jespers constateert al in 1985 dat het orgel er slecht aan toe is. Het heeft juist een reparatie en revisie achter de rug, maar Jespers is niet enthousiast. “Bij mijn bezoek maakte het orgel technisch en als klinkend instrument dezelfde middelmatige of zelfs belabberde indruk als voorheen.” Het orgel wordt naar de opvatting van sommigen te weinig gebruikt en heeft door de plaatsing boven de kantine veel te lijden van vervuiling. Wanneer aan het eind van de jaren tachtig de plannen voor het Muziekcentrum Frits Philips hun beslag krijgen, ontstaat zelfs het idee om het TU/e-orgel naar die nieuwe zaal te verplaatsen. De dirigent van het Eindhovens Studenten Muziek Gezelschap richt zich in een brief verbijsterd tot het College van Bestuur. “Het orgel is er ook voor de TU/e-gemeenschap van 2300! Cultuur heeft een andere adem en een ander ritme dan de techniek en men kan een orgel nu eenmaal niet vergelijken met een rekenmachine die na een tijdje niet meer bevalt.” Wanneer de Rabobank in het Muziekcentrum een nieuw orgel sponsort, is het plan van de baan.

Renaissance


In 1994 ontfermt orgel-enthousiast prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen zich met ir. J.W.G.A.Vrolijk over het orgel. Kroesen stelt zich als kartrekker beschikbaar om het orgel meer in te zetten bij academische plechtigheden en wordt voorzitter van de Orgelcommissie. Ook SG herontdekt het instrument en geeft componiste Huba de Graaf opdracht voor de compositie Zwelwerk, die tijdens een memorabel concert in première gaat. Met behulp van een computerinterface bespeelt zij op afstand het orgel via haar viool. De wedergeboorte van het instrument lijkt een feit, tot een brand in het Auditorium in 1995 roet in het eten gooit. Het orgel moet, niet voor het laatst, helemaal worden schoongemaakt en gereviseerd. Bij de lustrumviering van 2001 wordt een orgelconcert met violiste Emmy Verheij verzorgd. Ook klavierleeuw Jan Vayne beroert de orgelpedalen tijdens een editie van het Virusfestival. In 1997 krijgt de TU/e voor het eerst in haar geschiedenis een officiële universiteitsorganist in de persoon van Ruud Huijbregts, die in 2006 wordt opgevolgd door ir. Jan Verschuren, alumnus van de faculteit Elektrotechniek die ook als organist verbonden is aan de Leidse universiteit. Het heeft het orgel in zijn veertigjarig bestaan niet altijd meegezeten, maar ondanks alle tegenslagen weet het zich in de 21e eeuw te handhaven. Bijvoorbeeld wanneer de stichting AXES, die zich in Eindhoven sterk maakt voor actuele muziek, een serie concerten organiseert waarin elektronische muziek met orgelklanken wordt gecombineerd. Gemakkelijk heeft het monumentale instrument het nog steeds niet. Voor minder historisch of cultureel bevlogenen is het vooral een Fremdkörper dat de gezonde expansie van het cateringwezen danig in de weg zit. Er gloort echter hoop aan de horizon. Er zijn volgens Kroesen plannen om een nieuw elektronisch akoestisch systeem te installeren dat het orgel voor het eerst in zijn bestaan werkelijk tot zijn recht zal laten komen. Wellicht dat dan ook orgelliefhebber prof.dr. P.J. Lemstra achter het orgel zal plaatsnemen. Lemstra verklaart in een interview uit 1997 zijn orgelliefde. ”Ik heb er het talent niet voor, maar het allerliefst zou ik organist willen zijn. Een van mijn vrienden was toporganist. Daar was ik wel jaloers op. Als ik mezelf genetisch kon manipuleren zou ik zo willen ruilen. Ik stel me voorlopig tevreden met orgelles bij de stadsorganist in Eindhoven.”

Titel: Ir. Jan Verschuren, de huidige organist van de TU/e Jaar: 2007 Foto: Bart van Overbeeke