Persoonlijke instellingen

Limbopad

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark

Onder deze naam kronkelt zich sinds 2002 een voet- en fietspad als een slang over de Dommel. Het Limbopad vormt een deel van de verbindingsroute tussen het NS-station en het TU/e-terrein. Het pad is een ontwerp van architect ir. K. van Velsen, ook verantwoordelijk voor het gebouw Kennispoort. De naam voor dit pad refereert aan de grote antallen Limburgse treinstudenten die de eerste niet-geplande oerversie van het pad met de voeten vorm gaven.

Naam


In de Engelse taal is ‘Limbo’ een aanduiding voor het voorportaal der hel, voor een gevangenis en voor een atletische dans. In het Nederlands is het echter een volkse afkorting voor een inwoner van onze meest zuidelijke provincie. De archieven geven geen duidelijkheid over de datum waarop deze geuzennaam voor het eerst opduikt, maar de populariteit is groot. Geplaatste straatnaamborden houden het nooit lang uit en verdwijnen naar studentenkamers. Wel is duidelijk waarom de naam is ontstaan. Sinds de oprichting van de TU/e is een aanzienlijk deel van de studentenpopulatie van Limburgse herkomst. Velen van hen verkiezen het dagelijks heen en weer sporen naar Eindhoven boven het zoeken van een studentenkamer in de stad. De lokroep van de eigen fanfare (of sportclub) klinkt vanuit het bronsgroen eikenhout nog altijd sterk. Volgens oud-medewerker van de Bouwtechnische Dienst (BTD) J.P.A. Dekkers is jarenlang geprobeerd om het grasveld tussen het station en het TU/e-terrein ongeschonden te laten. Het was de bedoeling dat treinstudenten via de ingang bij het gebouw T-Laag het terrein opkwamen: “We hebben op een gegeven moment zelfs prikkeldraad geplaatst, maar dat knipten de studenten gewoon door.” Op zoek naar de kortste weg tussen A en B ontstond zo in de loop der jaren een door voetstappen in het gras uitgesleten voetpad. De BTD liep bij dit ‘collectief ontwerp’ van het Limbopad ongewild vooruit op een theorie die wordt ontvouwd in een studie van de Britse cognitiewetenschapper prof. Andy Clark.* Want wat lezen we daar? In het hoofdstuk Collective wisdom legt Clark uit hoe in de regel paden en wegen worden aangelegd. Een groepje deskundigen kijkt naar de te verbinden gebouwen, het aantal voetgangers en zoekt naar een optimaal pad. Maar het kan ook anders: leg geen pad aan, maar zaai gras.

“Na verloop van tijd zal er door de groepen voetgangers een pad worden uitgesleten dat de ideale verbinding tussen twee punten oplevert. En daarna kun je het pad altijd nog betegelen.” En aldus geschiedde.

Schandvlek


In 1988 krijgt de Universiteit het aanbod van de gemeente Eindhoven om het stuk grond op de hoek van de Prof.dr. Dorgelolaan en de John F. Kennedylaan te kopen voor anderhalf miljoen gulden. De Universiteit gaat er echter van uit dat het stuk grond al sinds 1956 deel uitmaakt van de bruidsschat die de gemeente de THE meegaf. Het verwaarloosde terrein is volgens Cursor een ‘schandvlek in het hart van de stad’ en in 1988 besluit de BTD het pad te betegelen. Halverwege wordt zelfs een bankje geplaatst. Als openingshandeling leggen spoorstudenten een ‘laatste steen’. Die mergelplavuis wordt al snel ontvreemd, maar na een tip teruggevonden in een kluis van het NS-station. In de jaren negentig vormt het Limbopad een onderdeel van de speciaal voor visueel gehandicapten aangelegde ‘blindenroute’. Onder de bezielende leiding van ir. W.H. Leliveld, medewerker van de faculteit Elektrotechniek en voorzitter van het Platform gehandicaptenvoorzieningen, ontstaat een aaneengesloten pad van het NS-station naar het Hoofdgebouw. Het oude Limbopad verdwijnt wanneer in 2000 de werkzaamheden beginnen voor de bouw van Kennispoort, maar zal twee jaar later glorieus herrijzen als technisch hoogstandje waarin pad en een tweetal bijzondere bruggen worden gecombineerd.

Bruggen


Het nieuwe Limbopad verheft zich op twee plaatsen. Het overspant het water van de Dommel over een lengte van vijfendertig meter en golft daarna ter hoogte van het gebouw Kennispoort omhoog over een lengte van negenendertig meter. De technische uitwerking van deze twee bruggen is bijzonder complex: ze liggen in een bocht, zijn niet overal even breed, zijn plat en wegen ruim tweehonderd ton. Omdat de bruggen zo extreem slank zijn, zijn ze gevoelig voor trillingen. Als grote groepen mensen over de brug lopen in dezelfde frequentie als de eigenfrequentie van de brug, dan kan deze gaan slingeren. Voor de insiders: een grote constructiehoogte leidt tot een hoge eigenfrequentie. De stapfrequentie die door mensen gehaald kan worden, ligt grofweg tussen de 1,5 en 2,5 Hz. Een brug met deze eigenfrequentie leidt gegarandeerd tot hinderlijke trillingen indien voetgangers zich hierover bewegen. Ontwerpers doen er dus goed aan te zorgen dat het ontwerp van een brug buiten deze frequentieband ligt om resonantie te voorkomen. Door het toepassen van slimme software en na het uitvoeren van uitgebreide experimenten (er werden hossende, stampende en springende proefpersonen over de brug gejaagd), ontstond een veilige brug. Volgens prof.ir. F. van Herwijnen van de faculteit Bouwkunde is het aardige aan het ontwerp, dat er niet gekozen is voor een eigenfrequentie die hoger is dan 2,5 Hz, maar juist voor een in Nederland nog niet eerder vertoonde lagere eigenfrequentie van 1,4 Hz. Dat is een slimme oplossing, omdat daarmee circa zestig procent staal bespaard werd.


* Andy Clark, Being there: putting brain, body and world together again, MIT Press, London, 1997.