Persoonlijke instellingen

Lange P.A. de

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark
Titel: Prof.ir. Piet de Lange Jaar: ca. 1985 Foto: Archief TUE

Wat hebben de grote zaal van De Doelen in Rotterdam, het Circustheater in Scheveningen, het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht en het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven gemeen? De geluidskwaliteit is bij al die concertzalen te danken aan de samenwerking tussen de desbetreffende architect en de (aanvankelijk Delftse en later Eindhovense) bouwfysicus en akoesticus prof.ir. P.A. (Piet) de Lange (*1921 - †1999) en zijn medewerkers. Aan de oostzijde van het TU/e-terrein staat het Laboratorium voor akoestiek waar sinds 1981 op modelschaal metingen worden verricht die akoestische ontwerpbeslissingen ondersteunen.

Heel lang vertrouwden architecten bij het ontwerpen van concertzalen op traditie en intuïtie. Dat leverde soms een geslaagde akoestische omgeving op in beroemde zalen waar de barokke krullen onbedoeld een nuttige functie ervullen. Een goede intuïtie zal een architect ongetwijfeld helpen, maar zaalakoestiek heeft zich in Nederland niet in de laatste plaats door het werk van De Lange ontwikkeld tot een gewaardeerd vakgebied. Een van zijn stellingen: akoestiek is maakbaar. In zijn afscheidscollege zegt hij daar over: “Stap voor stap zijn door moeizaam onderzoek de geheimen

ontsluierd en is de samenhang gevonden tussen wat muzikaal wordt verlangd en een reeks fysische aspecten van de ruimte.” In het laatste kwart van de twintigste eeuw heeft de kennis over de akoestiek in concertzalen een hoge vlucht genomen. Akoestici dr. ir. H.J. (Heiko) Martin en ir. L.C.J. (Renz) van Luxemburg, afkomstig uit de school van De Lange, refereren aan vier belangrijke (en ook fysiek meetbare) aspecten die een goede akoestiek bepalen. Een goede zaal moet volgens hen beschikken over ruimtelijkheid, waarbij het essentieel is dat het geluid van de musici het publiek niet alleen direct bereikt, maar ook reflecteert van opzij. Het geluidsniveau moet van dien aard zijn dat fortissimo op alle plaatsen ook zo klinkt, en niet te hoog, te hard of juist te laag is. De nagalmtijd moet zorgen voor een aangenaam klankbeeld. Een vierde belangrijke eigenschap is de definitie of muziekverstaanbaarheid. Uiteraard beïnvloedt de vorm van een zaal in belangrijke mate de akoestiek. Hulpvlakken aan de zijwand kunnen zorgen voor de juiste reflectie en klankkaatsers kunnen zorgen voor de vereiste geluidsabsorptie. Overigens is de samenwerking met architecten niet in alle gevallen bevredigend verlopen. De Eindhovense hoogleraar prof.dr.ir. F.W. Sluijter wijst in dit verband op de Amsterdamse Stopera (1986), waar De Lange aanvankelijk als adviseur was ingeschakeld. “Het heeft Piet gegriefd dat hij bij de verdere advisering niet meer is geraadpleegd. Daardoor is de indruk ontstaan dat zijn adviezen geleid hebben tot de niet geheel bevredigende akoestiek van de zaal.”

Delft


De Lange werd in 1968 benoemd als hoogleraar in de afbouwtechniek aan de jonge afdeling der Bouwkunde van de THE. Zoon van een MULO-onderwijzer, volgde hij in Dordrecht een gymnasiumopleiding en schreef hij zich in 1939 in aan de TH Delft voor de studie civiele techniek. Hij studeerde met een beurs die hem verleend was door een particuliere stichting. Zoals voor zoveel van zijn generatiegenoten drukten de oorlogsjaren een zwaar stempel op zijn studietijd.

Toen de Duitse bezettingsmacht in 1943 de universiteiten en hogescholen onder druk zette en van studenten eiste dat ze een loyaliteitsverklaring zouden tekenen, leidde dat tot grote persoonlijke problemen voor De Lange. Als beursstudent had hij al moeten bezwijken onder de morele druk van het beursfonds om een soortgelijke verklaring te tekenen (niet tekenen zou onder andere tot gevolg hebben dat zijn vader de studieschuld zou moeten terugbetalen). Toen de Delftse Senaat het omstreden besluit nam om studenten te adviseren om hun handtekening te zetten, begon voor De Lange een lang pad van studievertraging. De universiteiten werden alsnog gesloten en na de bevrijding zou hij pas in 1954 het ingenieursexamen kunnen afleggen. Delft was al voor de oorlog de bakermat van het akoestisch onderzoek in Nederland. Prof.dr. A.D. Fokker introduceerde in 1923 het vak geluidsleer en prof.dr. C. Zwikker (later hoogleraar in Eindhoven) zette de promotie van akoestiek als onderzoeksthema voort. Als werkstudent, medewerker en later afdelingsleider bij de afdeling akoestiek van de Technisch Fysische Dienst van TNO ontwikkelde De Lange zich tot een deskundige adviseur op het terrein van de bouwakoestiek. Gedurende zijn loopbaan was hij betrokken bij het ontwerp en de bouw van een groot aantal Nederlandse concertzalen, waaronder het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven dat onder musici en muziekliefhebbers bekend staat om zijn topakoestiek. De nagalmtijd van iets minder dan twee seconden plaatst de zaal in de categorie Wiener Musikverein en Boston Symphony Hall. Sluijter nodigde De Lange na de voltooiing van die concertzaal uit voor een lezing. “Na afloop van een colloquium dat hij voor de faculteit Technische Natuurkunde van de TU/e over Muziekcentrum Frits Philips hield, gaf hij mij een rake typering van zijn vak. Hij zei dat wij, fysici, ingewikkelde natuurkunde deden in eenvoudige geometrieën, terwijl hij eenvoudige natuurkunde deed in ingewikkelde geometrieën.”

Akoestiek was slechts een onderdeel van De Lange’s interessegebied in Eindhoven. Zo was hij medeoprichter van de vakgroep Fysische aspecten van de gebouwde omgeving (FAGO). In de laatste jaren voor zijn emeritaat in 1986 was hij decaan van de faculteit Bouwkunde. Collega prof.dr. N. Hendriks onthulde in 2005 dat hij de titel van zijn eigen afscheidscollege Bouwen is geen wetenschap heeft ontleend aan De Lange. “Ik heb het genoegen gehad als raadgevend ingenieur enige tijd met hem samen te werken. Als we weer eens aanliepen tegen een merkwaardige gang van zaken, dan kon hij zeggen met een twinkeling in zijn ogen: Nico, bouwen is geen wetenschap, bouwen is traditie.

Want kijk maar als je de grens overgaat. Dan zie je direct aan de huizen dat je in het buitenland bent. Toch bouwen ze daar met ongeveer dezelfde materialen in hetzelfde klimaat. Dat kan dus niet op wetenschap berusten.” Het werk van De Lange wordt in Eindhoven voortgezet door Renz van Luxemburg, TU/e-alumnus en inmiddels directeur van DHV Acoustics en Heiko Martin van de vakgroep Building physics and systems. Van Luxemburg en Martin werden door het bureau OMA van de bekende architect Rem Koolhaas als huisadviseur ingeschakeld bij projecten als het Casa da Musica in Porto en bij het ontwerp voor het China Central Television gebouw in Beijing. Het door De Lange geïnitieerde Laboratorium voor akoestiek op het TU/e-terrein is als vanouds de locatie voor proefnemingen aan schaalmodellen.