Persoonlijke instellingen

Bremmer

Uit Tuencyclopedie

Share/Save/Bookmark

Prof.dr. H. (Henk) Bremmer (*1904 - †1996) werd in Den Haag geboren als zoon van de bekende kunstenaar, kunstkenner en docent H.P. Bremmer, op wiens advies veel werk van Mondriaan en Van Gogh is aangekocht voor de collectie van het Rijksmuseum Kröller-Müller. Na zijn gymnasiumopleiding ging Bremmer in Leiden wis- en natuurkunde studeren. Aan dat laatste vak, zo zei hij in 1991 in een interview, was hij op de middelbare school verslingerd geraakt. Wie in die tijd natuurkunde studeerde, had slechts twee loopbaanperspectieven: leraar worden of aan de universiteit werken. “Ik wist van mezelf dat ik zeker geen orde zou kunnen houden”, aldus Bremmer in 1991 en hij koos voor een baan in de wetenschap. Van 1927 tot 1934 was hij werkzaam als assistent op het Kamerlingh Onnes Lab in Leiden. Zijn promotieonderzoek bouwde voort op het werk van de naamgever van dat laboratorium: het fenomeen van de elektrische supergeleiding in metalen onder lage temperaturen. In Cursor blikt Bremmer terug op het onderzoek van prof.dr. H. Kamerlingh Onnes, die er in 1913 de Nobelprijs voor kreeg. “In werkelijkheid is die supergeleiding aan het licht gebracht door professor Gilles Holst, later de eerste directeur van het Philips Natuurkundig Laboratorium, het Natlab. Die was in dienst van Kamerlingh Onnes, toen hij op een eenvoudige manier tot zijn ontdekking kwam. Zijn baas heeft daar vervolgens over gepubliceerd, maar hierbij nauwelijks de naam van Holst genoemd.”

Beminnelijk en behulpzaam


In 1934 promoveerde Bremmer bij de bekende fysicus prof.dr. W.J. de Haas, die op zijn beurt een leerling was geweest van Kamerlingh Onnes. Toen Philips er voor het eerst in de crisistijd weer toe overging om jonge academici aan te stellen, solliciteerde Bremmer en werd hij aangenomen als wetenschappelijk medewerker bij het Natlab, dat onder leiding stond van Holst. Radio-onderzoek maakte in die jaren een belangrijk deel uit van het wetenschappelijke werk bij Philips. In het lab werkte hij nauw samen met prof.dr. Balthasar van der Pol, een autoriteit op het gebied van radiogolven. Bremmer ontwikkelde zich tot een theoreticus met een zeer grote analytische kennis. Hij verdiepte zich in de toepassing van wiskundige technieken op fysische verschijnselen. Bremmer was volgens zijn erepromotor prof.dr.ir. F.W. Sluijter een groot geleerde en een beminnelijk mens. “Hij was op het Natlab zeer geliefd omdat hij uiterst behulpzaam was. Collega’s met wiskundige problemen konden in dat pre-computertijdperk altijd bij hem aankloppen. Vijanden had hij niet. Hij was een van de weinigen die goed kon samenwerken met Van der Pol, die bekend stond om zijn moeilijke karakter.” Van der Pol en Bremmer volbrachten in 1938 een wiskundige tour de force van groot praktisch nut door de invloed van de kromming van het aardoppervlak op de voortplanting van radiogolven te berekenen. Bremmer leverde een belangrijke bijdrage aan de theorie over de voortplanting van golven in media waarvan de voortplantingseigenschappen afhangen van de locatie en hij ontwikkelde hiervoor een wiskundige methode. “Die staat nog steeds bekend onder de naam Bremmer-reeksen”, aldus Sluijter, die in 1969 een publicatie het licht deed zien over zijn eigen werk aan de generalisatie van deze reeksen.

Titel: Prof.dr. H. Bremmer (m) bij zijn afscheid Jaar: 1977 Foto: Archief TUE

Natuurliefhebber


In de tweede wereldoorlog moest Henk Bremmer tijdelijk onderduiken in Den Haag. Dankzij de relaties van zijn vader in de kunstwereld, mocht hij slapen in de la van een reusachtige kast in het Museum Mesdag. Toen het Zuiden bevrijd werd, maar de universiteiten boven de rivieren nog gesloten waren, ontstond in Eindhoven op initiatief van Van der Pol en prof.dr. H.B.G. Casimir de zogenaamde Tijdelijke Academie. Bremmer was hier een tijd lang als wiskundedocent actief. In 1959 trad hij aan als buitengewoon hoogleraar in de afdeling Elektrotechniek van de THE, waar hij belast werd met het geven van onderwijs in de theoretische elektriciteitsleer. Na zijn Philips-pensionering was Bremmer in de jaren zestig daarnaast nog actief op het instituut van de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek van de Materie (FOM) in Rijnhuizen, waar Sluijter werkte aan zijn promotieonderzoek. “Daar was hij mijn baas. In 1964 werden wij, een collega en ik, met uiterst schaarse middelen naar een conferentie in Belgrado gestuurd. Ik mopperde daar luidkeels over. Ik werd toen door Bremmer apart genomen en hij sprak mij toen als volgt op enigszins verlegen toon toe: ‘Frans, ik was vroeger ook arm, maar nu niet meer. Maar als ik je met wat geld helpen kan.’ Ik schaamde mij dood!”. Bremmer was niet alleen een groot wetenschapper, maar ook een groot natuurliefhebber. Zo kon hij volgens Sluijter goed het geluid van eenden nadoen. “Maar hij had ook een imitatie van een ‘whistler’ op zijn repertoire. Dat is een geluidsverschijnsel dat optreedt bij voortplanting van een bepaald soort radiogolven langs magnetische krachtlijnen van het aardmagnetisch veld. Een merkwaardig geluid met een verloop in toonhoogte dat hij feilloos kon nadoen.” Volgens oud-rector prof.dr. J.H. van Lint was Bremmer een echte vakantiewandelaar. Zo wandelde hij eens (lang voordat het in de mode kwam) drie weken door Nepal. Toen hij in Californië verbleef, maakte hij een lange wandeling door Los Angeles. Daar werd hij in een dure buitenwijk door de politie opgepakt wegens verdacht rondlopen. Sluijter herinnert zich het verhaal dat Bremmer hem vertelde over een wandeling door het bekende Yellowstone National Park. “Hij vroeg advies over een slaapplek aan de parkwachten. Kon hij het beste zijn tentje dicht bij de weg of juist ver daar vandaan opzetten? De ene ranger adviseerde hem om dicht bij de weg te blijven, want daar zouden de beren niet komen. Een tweede raadde hem juist aan om meer afstand te nemen, want juist de écht lastige beren zochten de weg op. Ik denk dat hij toen maar gewoon is blijven doorlopen.”

Eredoctor


Prof.dr.ing. H.J. Butterweck was jarenlang Bremmers overbuurman op de vijfde verdieping van het gebouw E-Hoog en herinnert zich hem als een aimabel man, tot op hoge leeftijd vrijgezel. “Hij bleef constant verhuizen.” In 1977 hield Bremmer zijn afscheidsrede, na een door Butterweck georganiseerd symposium. In 1991 ontving hij op 87-jarige leeftijd voor zijn werk op het gebied van de voortplantingstheorie een eredoctoraat aan de TU/e. Sluijter reisde met rector magnificus prof.dr. F.N. Hooge af naar de Ardennen, waar de hoogbejaarde Bremmer met zijn Belgische vrouw woonde, om hem het heugelijke nieuws mee te delen. “Hij was uiteraard nieuwsgierig naar onze bedoelingen. We werden ontvangen met oesters en Chablis. Toen het hoge woord er uit was en we hem het eredoctoraat aanboden, was hij zeer verguld. Bremmer was een typische wetenschapper, die weinig belangstelling had voor beheers- of beleidszaken. Ten tijde van mijn promotieonderzoek gaf hij me eens een stuk papier met een ingewikkelde handgeschreven berekening. Toen ik het velletje later omdraaide bleek het een vertrouwelijk benoemingsvoorstel voor een hoogleraar te zijn. Zijn ziel en zaligheid legde hij in zijn wetenschappelijk werk. Hij kon volstrekt niet met zijn ellebogen werken. Zijn bekendheid is zuiver en alleen gevestigd op basis van zijn wetenschappelijke kwaliteiten. Het is een schande dat hij nooit lid is geworden van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.”